De Europese Raad heeft een drietal wetgevende maatregelen aangenomen die gericht zijn op het herzien van de economische en fiscale bestuursstructuur van de Europese Unie (EU). Het primaire doel van deze hervormingen is om de stabiliteit en duurzaamheid van de overheidsfinanciën in alle lidstaten te waarborgen, terwijl tegelijkertijd groei wordt bevorderd die zowel duurzaam als inclusief is door middel van gerichte investeringen en hervormingen.

Deze uitgebreide set nieuwe regelgevingen vertegenwoordigt een significante verbetering van het bestaande kader, en stelt duidelijke en afdwingbare richtlijnen vast die van toepassing zijn op alle EU-landen. De hervormingen zijn ontworpen om evenwichtige en duurzame overheidsfinanciën te handhaven, met een verhoogde nadruk op structurele hervormingen en investeringen om groei en werkgelegenheid in de hele EU te stimuleren.
Vincent Van Peteghem, de Belgische vicepremier en minister van Financiën, onderstreepte dat het overkoepelende doel van de hervormingen het methodisch en realistisch terugdringen van de schuldniveaus en tekorten is en tegelijkertijd cruciale investeringen in sleutelsectoren zoals digitalisering, ecologische duurzaamheid en defensie veilig te stellen. Bovendien beoogt het herziene raamwerk anticyclisch beleid mogelijk te maken en tegelijkertijd de heersende macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken.
Volgens de nieuw aangenomen regels zal elke lidstaat verplicht zijn een nationaal begrotingsstructuurplan voor de middellange termijn op te stellen voor een periode van vier tot vijf jaar, afhankelijk van de duur van hun respectieve legislatuurtermijnen. Deze plannen schetsen een meerjarig traject voor de overheidsuitgaven en geven gedetailleerd aan hoe elk land van plan is hervormingen en investeringen door te voeren die aansluiten bij de prioriteiten die in het Europees Semester zijn vastgesteld, met name als reactie op landspecifieke aanbevelingen.
Om dit proces te vergemakkelijken, zal de Europese Commissie lidstaten voorzien van een ‘referentietraject’ voor netto-uitgavenontwikkelingen, afgestemd op de unieke duurzaamheidsuitdagingen van elk land. Dit traject zal lidstaten begeleiden bij het verzekeren dat hun overheidsschuld op de middellange termijn afneemt of op een voorzichtig niveau blijft.
Bovendien omvatten de hervormingen voorzieningen voor twee waarborgen: een waarborg voor de houdbaarheid van de schulden, gericht op het bereiken van een minimale vermindering van de staatsschulden, en een waarborg voor de veerkracht van de tekorten om een veiligheidsmarge onder de drempel van 3 procent van het bbp te houden zoals vastgelegd in het Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie. en Bestuur.
Bovendien introduceren de hervormingen maatregelen om structurele hervormingen en overheidsinvesteringen te stimuleren die bevorderlijk zijn voor duurzaamheid en groei. De lidstaten kunnen verzoeken om een verlenging van hun begrotingsplannen met maximaal zeven jaar, op voorwaarde dat zij zich verbinden tot een welbepaalde reeks hervormingen en investeringen die de veerkracht versterken, het groeipotentieel vergroten en EU-brede prioriteiten aanpakken.
Bovendien vernieuwen de hervormingen de procedure bij buitensporige tekorten, waarbij naast de bestaande op tekorten gebaseerde criteria ook een op schulden gebaseerde aanpak wordt opgenomen. De Commissie zal een op schulden gebaseerde buitensporigtekortprocedure in gang zetten wanneer de overheidsschuld van een lidstaat de referentiewaarde overschrijdt en de begrotingssituatie niet in evenwicht of overschot is, met afwijkingen die bepaalde drempels overschrijden.
Om naleving te garanderen, kunnen lidstaten die zich niet houden aan de voorgeschreven corrigerende maatregelen boetes krijgen van maximaal 0,05 procent van het BBP, die elke zes maanden worden opgelopen totdat er corrigerende maatregelen worden genomen. Bovendien verduidelijken de hervormingen de werking van algemene en landspecifieke ontsnappingsclausules, waardoor er een nauwkeuriger kader ontstaat voor uitzonderlijke omstandigheden.
